Het geld is onze god geworden

oor Bram Wisse

“Ik heb een paradoxale verhouding met deze tijd”, zegt Rick van der Linden, Barnevelder en kunstschilder. Iedereen kent hem, of heeft hem door het dorp zien fietsen, een sierlijk hoofddeksel over zijn gezicht en gestoken in hippieachtige kleren. “Een recensent omschreef mij als iemand die compromisloos door het leven lijkt te gaan. Dat woordje ‘lijkt’ moet er wel bij, hoor!”

Rick lijdt aan de huidige tijd. Hij voelt zich verbonden met de tijd van de flowerpower, de gloriejaren ook van zijn ouders: de toenmalige leider Rick van der Linden van topband Ekseption en danseres Penny de Jager. In zijn schilderijen wil hij de paradox uitbeelden tussen twee werelden. De ene wereld is die van kapitaal en globalisering, van ICT en eenzaamheid. In de andere wereld hebben warmte en liefde het voor het zeggen. “Als je naar de technische mogelijkheden kijkt, zitten we in de meest communicatieve samenleving die maar denkbaar is. Maar tegelijk is het met de intermenselijke communicatie van het hart allerbelabberdst gesteld. Daar heb je zo’n paradox.”

Het interview vindt plaats in hotel-restaurant Heidepark, een plek waar Rick regelmatig zit te tekenen. “Vanwege de sfeer. Deze uitspanning bestaat al meer dan een eeuw. Dat geeft rust en verstilling. Ik vind het verschrikkelijk als oude gebouwen tegen de vlakte moeten voor iets nieuws. Je ziet om je heen tegengestelde belangen, waarbij het belang van het kapitalisme, van de globalisering en economische, westerse normen dreigt te winnen. Europa wordt het nieuwe Rome. Het wordt steeds harder. De individualisering is nog maar net begonnen. Op school worden leerlingen klaargestoomd voor de Mammon. Karl Orf schreef er muziek over: ‘O Fortuna in matrix deo est’. Het geld is onze god geworden. Verbreding en verdieping maken plaats voor versmalling.”

Rick geeft aan zijn gedachten vorm in zijn schilderijen. Een recent werk toont een stoel met schoenen, een vrouwenboezem en een telefoon met de hoorn van de haak. De stoel staat voor ontmoeting en dialoog, de vrouwenboezem noemt hij “een afdruk van het leven” en de schoenen verbeelden voorbijgangers. De telefoon is communicatie, maar met de hoorn eraf is het niks meer. De maatschappij bouwt op communicatie, maar met de stekker eruit werkt al het vernuft niet meer. “We zijn vervreemd van onze oorsprong, van onszelf, van God. Schopenauer zei al dat het leven alles in zich heeft. Maar als je het je niet bewust bent, is het er niet. Hij verbond dat aan de zinloosheid van het bestaan. Dat doe ik niet. Ik denk dat we wel degelijk kunnen ‘thuiskomen’.”

Worsteling

Rick van der Linden schilderde sinds 1995 ruim vijftig werken, elk met elementen van vervreemding en thuiskomst.

Hij noemt zich een deformist die het autobiografische niet uit de weg gaat. De zelfkant, het gevecht van het leven, kent hij uit eigen ervaring. Zijn werk wordt steeds spiritueler. Hij oriënteert zich op “wat er nog over is van het leven zoals het bedoeld is” en laat zich inspireren door de relationele theologie van Stephen Boonzaaijer. Dat maakt zijn werk intenser. De strijd is verhevigd. In een recent vijfluik zitten allesvernietigende apocalyptische beelden maar ook de ‘tegenbeweging’. Rick: “Het gaat om ontmoeting en bezinning terwijl je de storm van het leven beleeft. Het doel is: de wapens neerleggen, ook in jezelf. Mijn werk onderzoekt het menselijk verhaal in deze tijd vanuit mijn eigen emotie en beleving.”

In een openingstoespraak bij een expositie in Leusden zei kunstcriticus Karel Polen dat Van der Linden zijn werkelijkheidsbeleving invoelbaar maakt voor iedere toeschouwer. Hij kan dat door zijn experimenteerdrang, authenticiteit en warsheid van dwaalwegen. Ziet hij zichzelf als profeet, is hij een ziener? Rick: “Nee, ik wil niet moraliseren.”

– Maar je wil wel voor iets waarschuwen.

Rick: “Ik leg getuigenis af van de emotionele kloof tussen onszelf en onze omgeving. Ik vul dat minimaal in. De kijkers mogen er vanuit hun eigen herkenning verder mee gaan. Daarmee is het niet maar iets subjectiefs. Zo van: je ziet in het schilderij wat je erin ziet. Ik doe inderdaad een voorzet. Ik probeer via mijn techniek een soort heimelijk gevoel van het leven in de dingen te leggen. Ik schilder stillevens waar je het leven van af kunt zien. Zelfs een theepot kan gillen.”

Markant figuur

In Barneveld voelt Rick zich thuis, al is er sprake is van een haat-liefdeverhouding. Met een ludieke actie op een rotonde kraakte hij het plaatselijke kunstbeleid af. Hij noemt het opvallend dat hij inmiddels overal in het land exposeert maar niet in het raadhuis mag hangen. “Voor de één hier ben ik een dorpsgek, voor de ander verricht ik zinnig werk. Ik ben een markant figuur, want ik stop mijn artisticiteit niet onder stoelen of banken. Ik speel geen rol maar ben mezelf. Geen modische trendschilder, die trucjes doet, maar iemand die artistiek integer wil blijven. Ik voldoe aan het klassiek romantische beeld en ik sla een bres tussen de klassen. Ik kom zelf uit een artistiek milieu.”

– Je vader, bekend uit de hippietijd, beleeft een comeback met muziek van Bach.

Rick: “Ik vind het moeilijk daarover te praten. Hij ontkent alles. Het goeie op artistiek gebied heb ik aan m’n moeder te danken. Persoonlijk kies ik voor scheppen en authenticiteit, niet voor herscheppen. Mijn werk is meer een dans dan een bewerking van iets. Daar wil ik het bij laten.”

De tragiek van het leven speelt in Ricks werk een rol. Hij voelt zich verwant aan Brood, “een geniale artiest, die uiting gaf aan de hardheid van het leven, maar dan wel op een poëtisch, hoger niveau.” Hij verheerlijkt het tragische niet. “Wat tragisch is, blijft tragisch.” En citeert een gedicht over Vincent van Gogh: Berceuse, Borinage tot cypres, het bleef éénzelfde zelfportret, getoonzet met een mes. Een lofzang van ravage, ontreddering op zoek naar doek, maar vitriool, vernis en terpentijn. Naar de zonnebloemen van ons zijn.

“Elke kunstenaar”, voegt hij eraan toe, “heeft een opdracht en een groeiproces. Jan Wolkers houdt in zijn werk de naoorlogse generatie bewust van bevochten en verloren idealen. Als ik ergens symbool van wil zijn, dan van warmte en liefde, maar ook van de tragiek van het leven. Ik probeer te zeggen dat de vrijheid schromelijk wordt overschat.”

Vrijheid

Voor Rick van der Linden is vrijheid een belangrijk woord, een doel waarheen hij onderweg is. In zijn reiskoffer zit fantasie. “Fantasie is een middel tot vrijheid. In deze tijd worden we doodgegooid met sensatie, evenementen, tv-vermaak, maar de fantasie wordt vermoord. Alles vervlakt door de snelheid waarmee we moeten consumeren. We willen in illusies geloven en worden gefopt. We willen ons leven overstijgen, door te zuipen, door animatie, noem maar op. Maar het is een vlucht en het vertroebelt onze geest.”

“Mensen durven hun innerlijke stem niet meer te volgen. Ze kennen platte gehoorzaamheid en die maakt onvrij. Die innerlijke stem zorgt voor een stukje visioen en de kunst is om dat te durven volgen. Ik besef dat het erfkwaad een belemmering vormt. We moeten weer leren dat we goed bedoeld zijn. Pro leven. God heeft ons de rug niet toegekeerd, we kunnen zijn gespreksgenoten